Tocht naar Rottumeroog
Tocht naar Rottumeroog (6-8-2010)


Aan de rand van Nederland liggen twee onbewoonde eilanden: Rottemeroog en Rottumerplaat, samen ook wel Rottum genoemd. Een paar honderd hectares strandvlaktes, duintjes en kwelders.
Ooit was Rottum de uitvalsbasis van zeerovers eb het decor van wilde feesten van een gekke graaf. Vanaf 1738 kwamen er voogden. De voogd onderhield de zeewering door onder meer stuifschermen te plaatsen en helm te plaatsen, bediende en lamp voor de scheepvaart en als een schip strandde hielp hij de bemanning in veiligheid te brengen en de lading te bergen. De laatste voogd was Jan Toxopeus. Sinds zij vertrek verblijven er alleen tijdelijk mensen op Rottumeroog.
Nu wonen er van half april tot hal augustus twee vogelwachters die de flora en fauna inventariseren en letten op de naleving van het toegangsverbod.
We vertrokken om 6.30 uur uit Noorpolderzijl. De vertrektijd heeft alles te maken met het tij en daar draait het om op het wad. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel want het was vreselijk mooi zo 's ochtends vroeg op het wad.
Aan boord werden we gelijk voorzien van koffie/ thee en broodjes. De catering bleek prima en 's middags terug op de boot konden we (tegen betaling) ook een wijntje/ biertje krijgen.
De tocht naar Rottumeroog slingert over het wad en duurt totaal ongeveer 2 1/2 uur. Onderweg waren de zeehondjes wel dé attractie. Fototoestellen klikten. Op de terugreis kwam de boot nog iets dichterbij en ging ook langzamer varen.
Bij aankomst werd er gewacht op het droogvallen van de zandplaat. Inmiddels zagen de bezitters van een goede verrekijker de boswachters al aankomen. De tocht over de zandplaat naar Rottumeroog is ongeveer ½ uur en is goed te doen. Het verschil met wadlopen is denk ik dat dit hard zand is.
Op het eiland hebben de boswachters ons meegenomen op een rondwandeling. Onderweg werden we gewezen op alle vogels en vegetatie. Met de verrekijkers van de boswachters konden we bijvoorbeeld lepelaars zien.

Op het strand lag een zeekoet. Dat is zeldzaam want deze broeden in Denemarken en Noorwegen. De zeekoet was ook zichtbaar uitgeput. Hij is in de schaduw neergelegd maar zou het naar verwachting niet overleven. Toen we voor de terugreis op de boot zaten te wachten op het stijgen van het water zag ik op eens een medereiziger weer terug rennen naar het eiland. Mobile vergeten?? Nee, de boswachters hadden gebeld dat de zeekoet nog in leven was en of we hem meekonden nemen. Bij aankomst op de boot werd de vogel in een doos gedaan maar bleek toen overleden. Dat was dus de bijna redding van de zeekoet.
We hadden hier ook voldoende tijd voor want het water wilde niet hard stijgen. Op de terugreis hebben we nog paar keer vast gezeten.
Het was een unieke tocht zeker als je bedenkt dat er per jaar maar 20 tochten zijn met max. 30 mensen. Het weer was fantastisch en we hebben allemaal genoten van de natuur.
